Kwaliteit & wetgeving

Zoutnorm

Zoutnorm geldt sinds oktober 2018 voor ALLE broodsoorten

Zoutnorm geldt voor alle broodsoorten.

Het Warenwetbesluit Meel en brood is op 1 oktober 2018 op een aantal punten gewijzigd. De grootste impact betreft de wijziging van de definitie van brood. Door deze wijziging moeten vrijwel alle broodsoorten aan de wettelijke zoutnorm van 1,8% op droge stof voldoen. Bedrijven hadden tot 1 oktober 2018 de tijd om de nieuwe regels te implementeren. Naast de wijziging van de definitie van brood is het Warenwetbesluit geactualiseerd. Onderaan dit bericht vind je een samenvatting van de wijzigingen.

In de afgelopen jaren is het zoutgehalte van brood collectief verlaagd. In 2008 met 10% en in 2012 nog eens met 15%. De standaard broodproducten van Zeelandia zijn tijdens deze collectieve zoutverlaging aangepast.

Naar aanleiding van de wijziging van  Warenwetbesluit Meel en brood heeft Zeelandia een inventarisatie gedaan naar het (berekende) zoutgehalte in alle broodproducten. Het grootste deel van de producten voldoet ruim aan de wettelijke norm. Er is echter een groep producten waarin het berekende zoutgehalte dicht bij de wettelijke norm van 1.8% zout op de droge stof ligt. Hierdoor kan bij een kleine afwijking in grondstoffen of het recept, de hoeveelheid zout in het brood te hoog uitkomen. Ook analyses kunnen hoger uitvallen vanwege de altijd aanwezige meetonzekerheid. Om ruim aan de wettelijke norm te voldoen is het zoutgehalte van deze producten per 1 oktober 2017 iets verlaagd.

Mocht je nog vragen hebben over deze aanpassing dan kunt je altijd contact opnemen met de afdeling productinformatie

Samenvatting wijzigingen Warenwetbesluit Meel & Brood

  1. Zoutnorm is van toepassing op alle broodsoorten:
    Dit betekent dat alle (dagelijks gegeten) broodsoorten moeten voldoen aan de wettelijke zoutnorm van 1.8% zout op de droge stof. Voorbeelden: glutenvrij brood, roggebrood, stokbrood, kleinbrood
  2. Wijziging definitie volkoren:
    Bij volkorenproducten moeten de verschillende onderdelen van de graankorrel in hun natuurlijk verhouding toegevoegd worden. In de nieuwe definitie is duidelijker omschreven om welke onderdelen het gaat: de zetmeelrijke kern, kiem en zemelen.
  3. Droge stof regels voor kleinbrood komen te vervallen:
    Alle soorten kleinbrood mogen per stuk of aantal stuks verkocht worden, ook als ze worden aangeduid als bolletje, broodje, kadetje, puntje of mini. De aan deze aanduidingen gekoppelde droge stof normen vervallen.
  4.  Norm vruchtgehalte voor krentenbollen en rozijnenbollen:
    Wanneer het woord ‘krenten’ of ‘rozijnen’ in de naam wordt gebruikt, moet het aandeel krenten of rozijnen minimaal 30% zijn. Bij mengsels van minimaal 30% rozijnen en krenten mag het product een rozijnen-krentenbrood of krenten-rozijnenbrood worden genoemd. Het aandeel krenten en rozijnen moet bij voorverpakte producten worden gekwid.
Zoutnorm